|
In 1991 stierf mijn vier jaar oude Golden Retriever Oliver
plotseling. Zoals elke rouwende hondenbezitter vroeg ik mij af
hoe dat mogelijk was. Twee jaar later stierf Oliver's zuster
Prudence aan leukemie, en wederom vroeg ik mezelf af hoe dan
kon. Mijn andere honden waren ook ziek: Chappie had een
schildklieraandoening, Sophie liep mank van de artritis, Samson
had een auto-immuunziekte (hij overleed toen hij vijf was) en
Guinnevere had last van allergieën.
Ik voelde mezelf zo ongeveer de slechtste hondenbezitter ter
wereld en probeerde erachter te komen wat ik verkeerd deed.
Ik ontdekte dat alle bovenstaande verschijnselen kunnen worden
veroorzaakt door te veel vaccineren en verkeerde voeding. Mijn
onderzoek leidde tot de publicatie van een boek met de titel
'What Vets Don't Tell You About Vaccines' ('Wat dierenartsen u
niet over vaccins vertellen'), en dit leidde op zijn beurt tot
een TV-documentaire die een enorme opschudding veroorzaakte
in de veterinaire wereld. Op het moment waarop ik dit schrijf
staat de Britse regering op het punt om een besluit aan te
kondigen naar aanleiding van het onderzoek van een werkgroep ten
aanzien van de vaccinatie van honden en katten. Ik hoop dat de
veterinaire farmaceutische industrie haar invloed op de regering
niet te zwaar zal laten gelden. Ik ben vooral bang dat de
'onafhankelijke' adviseurs van de regering die deel uitmaakten
van de werkgroep in feite betaalde consulenten zijn van de
grootste Britse producent van vaccins.
Want het is gewoon waar: wij vaccineren te veel.
De American Association of Feline Practitioners, de Academy of
Veterinay Internal Medicine,
de American Animal Hospital Association, de American Veterinary
Medical Association,
Council on Biologic and Therapeutic Agents, en tweeëntwintig
veterinaire opleidingsinstituten in Noord Amerika hebben hun
adviesprotocollen voor het vaccineren van katten en honden
gewijzigd. In juli 2000, tijdens zijn 137e jaarlijkse conventie,
presenteerde AVMA Council on Biologic and Therapeutic Agents
(COBTA) zijn gezamenlijke standpunten, waarin met name aandacht
werd besteed aan de volgende onderwerpen:
Wanneer een
jaarlijkse boostervaccinatie met een gemodificeerd levend
virusvaccin (bijvoorbeeld hondenziekte, parvo en kattenziekte)
wordt verstrekt aan een al eerder gevaccineerd volwassen dier,
leidt dit niet tot aanvullende bescherming. Gemodificeerde
levende virusvaccins zijn afhankelijk van replicatie
(voortplanting door celdeling) van het virus voor een reactie.
Antistoffen van eerdere vaccins laten het nieuwe virus niet
repliceren. Antistoffentiters worden niet aanzienlijk geboosted,
populaties geheugencellen worden niet uitgebreid. Er wordt geen
aanvullende bescherming gegeven.
De bijsluiters en verpakkingen van vaccins, alsmede de
beweringen van de fabrikanten, moeten worden onderschreven door
wetenschappelijke data. Er bestaan geen wetenschappelijke data
die de adviezen ten aanzien van het jaarlijks verstrekken van
gemodificeerde levende virusvaccins onderschrijven. Vaccins zijn
niet onschadelijk. Onnodige bijverschijnselen en tegengestelde
effecten kunnen worden beperkt door onnodige vaccinaties te
vermijden.
Gewone huisdieren hebben genoeg vergelijkbare reacties op
blootstelling aan besmettelijke ziekten en op vaccins om een
standaard vaccinatieprotocol te kunnen adviseren.
Dierenartsen hebben een standaardprocedure nodig voor het
rapporteren van tegengestelde effecten van vaccinaties. Om nog
eens extra de nadruk te leggen op wat er hier door een aantal
zwaargewichten van de Amerikaanse veterinaire autoriteiten wordt
gezegd: jaarlijkse vaccinatie is onnodig. Dat komt omdat vaccins
de vorming van antistoffen tegen besmettelijke ziekten
stimuleren, en deze antistoffen blijven jaren in het systeem,
waarschijnlijk het hele leven.
Alles wat jaarlijkse boosters doen is het inbrengen van virussen
die worden uitgeschakeld door de bestaande antistoffen; er vindt
geen aanvullende bescherming plaats.
En bovendien: vaccins zijn niet onschadelijk.
Nadat hij
had vastgesteld dat mensen levenslang immuun zijn voor ziekten
waartegen zij in hun kindertijd zijn gevaccineerd, paste
professor Ronald D. Schultz, hoofd van de afdeling pathobiologie
van de Wisconsin University, dezelfde logica toe op honden. Hij
vaccineerde ze tegen rabiës, parvo, kennelhoest en hondenziekte
en stelde ze na drie, vijf en zeven jaar bloot aan
ziekteveroorzakende organismen. De dieren bleven gezond,
waardoor zijn vermoeden werd bevestigd. Hij zette zijn
experiment voort door de hoeveelheden antistoffen in het bloed
van de honden te meten, negen en vijftien jaar na vaccinatie.
Hij concludeerde dat de hoeveelheden voldoende waren om ziekte
te voorkomen.
Fredric Scott, professor emeritus van het Cornell University
College of Veterinary Medicine, bereikte vergelijkbare
resultaten door vijftien gevaccineerde katten te vergelijken met
zeventien niet-gevaccineerde katten. Hij concludeerde dat de
immuniteit van de katten zeveneneenhalf jaar na de vaccinatie
nog bestond. In 1998 publiceerde de American Association of
Feline Practitioners richtlijnen gebaseerd op het werk van
Scott, en adviseerde men elke drie jaar te vaccineren.
"De AAFP is van mening dat katten die elke drie jaar worden
gevaccineerd net zo goed tegen deze infecties beschermd zijn als
wanneer zij elk jaar werden gevaccineerd, " zei James
Richards, directeur van het Feline Health Center van Cornell
University College of Veterinary Medicine.
"Ik ben één van de velen die vinden dat het bewijs echt
fascinerend is."
In alle bescheidenheid ben ik echter van mening dat het eens per
drie jaar vaccineren van uw hond of kat waarschijnlijk nog
steeds teveel van het 'goede' is. Dezelfde logica gaat op voor
jaarlijkse boosters: de in het lichaam circulerende antistoffen
schakelen slechts het virus in het vaccin uit. De richtlijn van
drie jaar is waarschijnlijk een politieke concessie van de
wetenschappers, ter wille van dierenartsen die een hoop
inkomsten moeten missen wanneer zij niet jaarlijks meer kunnen
vaccineren. In Canada worden dierenartsen nu zelfs uitgenodigd
om seminars bij te wonen die hen moeten helpen op andere
gebieden aan inkomsten te komen, ter compensatie van de
verminderde inkomsten uit het vaccineren, dus de tijden zijn
echt aan het veranderen.
Maar
afgezien van het feit dat onnodig vaccineren geld over de balk
smijten is: wat zijn de effecten daarvan op u en uw honden?
Het Merck Manual maant tot voorzichtigheid. Dit handboek wordt
uitgegeven door een gigantische producent van vaccins, genaamd
Merck, en is de bijbel van de artsen.
Onder immunisatie bij kinderen verklaart Merck dat patiënten
met B en/of T cel immunodeficiëntie, of afkomstig uit families
met B en/of T cel immunodeficiëntie, geen levende virusvaccins
mogen ontvangen in verband met fatale risico's (dood). Merck
beschrijft verschijnselen van B en T cel immunodeficiëntie
zoals ademhalingsallergiën, voedselallergiën, eczeem,
huidaandoeningen, neurologische beschadigingen en
hartaandoeningen.
Is dit van toepassing op één van uw honden?
Kinderen toevertrouwd aan de zorg van goede artsen en
verpleegsters vragen hun ouders of één van de bovenomschreven
aandoeningen in de familie aanwezig zijn, en zo ja, dan ziet men
af van het toedienen van levende virusvaccins (wat wij onze
honden geven). U kunt zich dus niet afsluiten voor het feit dat
u uw hond (die ook B en T cellen heeft) kunt vermoorden wanneer
uw hond of de lijn waaruit hij voortkomt aan één van
bovengenoemde aandoeningen lijdt en u hem levende virusvaccins
toedient of laat toedienen. Het is daarom logisch om het risico
van vaccinatie zoveel mogelijk te vermijden en niet meer te
vaccineren dat strikt noodzakelijk is.
Vaccins zijn echter niet alleen dodelijk. Ik heb veel studies
gevonden die vaccins in verband brengen met zeer uiteenlopende
ziekten.
Bindvliesontsteking:
in 1983 werd onderzoek verricht door Frick en Brooks, waarbij
twee groepen honden met aanleg voor huidontsteking. Eén groep
honden werd blootgesteld aan een allergeen (stuifmeel) en toen
gevaccineerd. Zij kregen geen huidontsteking. De tweede groep
werd gevaccineerd alvorens aan het stuifmeel te worden
blootgesteld. Deze groep kreeg wel huidontsteking, en ook
bindvliesontsteking. Deze studie toont derhalve aan dat vaccins
overgevoeligheid veroorzaken en tot een allergische aandoening
leiden, waarvan bindvliesontsteking en huidontsteking symptomen
zijn.
Dit verklaart hoe het komt dat het onderzoek naar vaccins,
uitgevoerd door Canine Health Concern's (CHC's), waarbij meer
dan vierduizend honden waren betrokken, wel moest uitwijzen dat
56,9% van alle honden in het onderzoek met bindvliesontsteking
deze aandoening voor het eerst kregen binnen drie maanden na een
vaccinatie, en 61,2% van de honden met huidproblemen kregen voor
het eerst symptomen daarvan binnen dit cruciale tijdsbestek.
Wij gaan ervan uit dat wanneer het vaccin niet in verband kan
worden gebracht met ziekten die na de vaccinatie optreden, dan
moet slechts 25% van alle ziekten beginnen binnen elk kwartaal
van het jaar.
Nota bene: in het algemeen traden de meeste aandoeningen op
binnen een week na de vaccinatie.
Maagdarmproblemen:
ik weet zeker dat u op de hoogte bent van de controverse rond
gemodificeerd levend virusvaccin en de bewering van
wetenschappers uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten dat
het vaccin de veroorzaker is van het spastische darmsyndroom of
de ziekte van Crohn. Mijn eigen onderzoek toont aan dat
ontstekingen van het maagdarmkanaal een bijverschijnsel van het
vaccineren is, en niet van een specifiek vaccin, hoewel de
praktijk van het vaccineren van meerdere virussen tegelijk
daarmee verband kan houden. Uit ons onderzoek bleek dat 2,7% van
alle bij het onderzoek betrokken honden dikke darmontsteking
had, die in 56,9% van de gevallen optrad binnen drie maanden na
de vaccinatie.
In het Concise Oxford Veterinary Dictionary staat dat Type 1
overgevoeligheidsreacties worden veroorzaakt door een antigeen
reagerend met weefsel mas T cellen, met specifieke antistoffen
op hun membranen. Hierdoor komen stoffen vrij die ontstekingen
veroorzaken. De verschijnselen van Type 1 overgevoeligheid variëren
van soort tot soort, maar kunnen gepaard gaan met verstopping
van de luchtwegen, diarree, overgeven, kwijlen, buikpijn en
blauwzucht. (Het woord 'ontsteking' staat centraal in het debat
over vaccins.)
In een verhandeling voorbereid door R. Brooks van de
Commonwealth Serum Laboratories Limited voor de Australian
Veterinary Journal (oktober 1991), getiteld 'Adverse reactions
to canine en feline vaccins', worden reacties van het systeem op
vaccins omschreven.
Onder Type
1 overgevoeligheid blijkt uit de verhandeling dat aanvankelijke
rusteloosheid, overgeven, diarree en kortademigheid tot de
klinische verschijnselen bij honden behoren. Brooks schrijft dat
sommige gevallen tot bewusteloosheid en de dood leiden.
Als een vooraanstaand werk op het gebied van inflammatoire
(allergische) reacties op de vaccinatie wordt het onderzoek
beschouwd dat werd verricht door Dr. Larry Glickman en
Dr. Harm HogenEsch van de Purdue University, hoewel er ruime
keuze is in andere onderzoeksresultaten. Hun verhandeling werd
gepresenteerd op de International Veterinary Vaccines en
Diagnostics Conference, in 1997.
Het team bestudeerde de effecten van regelmatige vaccinatie op
het immuunsysteem en maagdarmsysteem van Beagles. Eén
controlegroep werd niet gevaccineerd en de andere groep werd
gevaccineerd met een commerciële cocktail op leeftijd van 8,
10, 12, 16 en 20 weken en met een rabiësvaccin op leeftijd van
16 weken.
De gevaccineerde groep ontwikkelde betekenisvolle niveaus van
auto-antistoffen van fibronectine, laminine, DNA, albumine,
Cytochrome C, transferrine, cardiolipine, en collageen. Dit
duidt erop dat honden, wanneer zij gevaccineerd zijn, hun eigen
biochemisch systeem beginnen aan te vallen: zij worden
allergisch door zichzelf. Dr. William R. La Rosa van de Hayward
Foundation, die sponsor was van het onderzoek, merkte op:
"...de overweging moet zijn dat iets in het vaccin één
van de oorzaken is (bij de genetisch gevoelige hond) van ziekten
als hartstoornissen, huidaandoeningen, nierontsteking,
etc."
Eén
conclusie van het CHC onderzoek was bijvoorbeeld dat 53,7% van
de honden met nierbeschadigingen deze aandoening voor het eerst
kregen binnen de drie maanden na vaccinatie. Dat is nauwelijks
verrassend wanneer men naar de studie van Purdue kijkt, want
één van de biochemische stoffen die na de vaccinatie worden
aangetast is laminine, en laminine beschermt de niercellen.
Ook blijkt uit een onderzoek van dierenarts Ilse Pedler dat
auto-antistoffen op collageen een verklaring kunnen geven voor
de toestand van de gewrichten van honden en katten. Bestanddelen
van vaccins zijn ook gevonden in het beenderstelsel van patiënten
met artritis, en andere studies tonen aan dat vaccins artritis
veroorzaken.
Het is tevens verontrustend dat de studie van Purdue aantoont
dat gevaccineerde honden auto-antistoffen op hun eigen DNA
aanmaken, hetgeen erop wijst dat vaccins genetische schade
veroorzaken, en we moeten ons afvragen wat voor zin het heeft om
wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar genetische
aandoeningen van onze honden, wanneer we voortdurend bezig zijn
met het introduceren van nieuwe aandoeningen tengevolge van
vaccins.
Veel gedragsproblemen konden na vaccinatie worden aangetoond
door Ilse Pedler, maar ook in het CHC onderzoek kwam dit naar
voren. In het CHC onderzoek ontwikkelden 73,1% van de honden met
concentratieproblemen deze toestand voor het eerst tijdens de
cruciale periode na de vaccinatie; 72,5% vertoonde kenmerken van
nervositeit en overbezorgdheid en 64,9% begon gedragsproblemen
te ontwikkelen.
Het is
bekend dat hersenvliesontsteking het gevolg kan zijn van
vaccinatie. In het Merck Manual leest men bijvoorbeeld:
"Bij acute verspreide ontsteking van hersenen en ruggenmerg
(postinfectueuze encephalitis) kan demyelinisatie spontaan
optreden, maar is doorgaans het gevolg van een virale infectie
of vaccinatie (of zeer zelden een bacterieel vaccin), hetgeen
een immunologische oorzaak veronderstelt." Dit duidt op een
verband tussen encephalitis en gedragsproblemen, zowel bij
mensen als bij dieren.
Het is interessant dat Ilse Pedler het in het onderzoek van haar
praktijkgegevens ook heeft over pijn aan de wervels, omdat Merck
verklaart dat ecephalitis zich ook verspreidt naar het
ruggenmerg.
Ilse Pedler stelde tevens vast dat dieren na de vaccinatie
epilepsie ontwikkelden.
Dit komt inderdaad overeen met ons eigen onderzoek, waaruit
bleek dat 73,1% van honden met epilepsie deze ziekte binnen drie
maanden na de vaccinatie kregen. Merck omschrijft epilepsie als
een symptoom van encephalitis. Ik vraag mij af hoeveel
dierenartsen eraan denken om het verschijnsel epilepsie na
vaccinatie te melden aan de VMD. Bij mensen is schadevergoeding
betaald aan ouders wier kinderen epilepsie hebben gekregen ten
gevolge van vaccinatie, hetgeen verdrietig genoeg door autopsie
moest worden bevestigd.
Desondanks
heeft Intervet op openbare bijeenkomsten en in de media beweerd
dat epilepsie niet door vaccins kan worden ontwikkeld.
Daarentegen beschrijft Merck epilepsie als een symptoom van
encephalitis, en vaccins als een oorzaak van encephalitis.
Ilse Pedler ontdekte ook een aantal bijverschijnselen van
injecties bij honden, en zelfs nog meer bij katten, hetgeen
wordt bevestigd door het hoge aantal gevallen van kanker op
plaatsen waar katten worden geïnjecteerd: tienduizenden per
jaar. In een eerder verschenen nieuwsbrief van CHC hebben wij
een gespreksverslag gepubliceerd van een presentatie van een
Amerikaanse dierenarts op een BSAVA conferentie, waarin hij
verklaarde dat Amerikaanse dierenartsen katten vaccineren in de
staart of een poot, zodat ze het lichaamsdeel kunnen amputeren
wanneer kanker optreedt.
81,1% van de honden met een tumor of groeistoornis op de plaats
van inenting ontwikkelde deze aandoening binnen drie maanden na
de vaccinatie, zo blijkt uit het CHC onderzoek.
Ilse Pedler maakte ook melding van bewusteloosheid, en ernstige
shock geldt als een bekende mogelijke reactie op vaccinatie. Een
ernstige shock kan de dood tot gevolg hebben, tenzij
onmiddellijk adrenaline wordt toegediend.
Dit zijn slechts enkele van
de onderzoeken die vaccins in verband brengen met
levensveranderende en levensbedreigende aandoeningen. Dr. Jean
Dodds, een Amerikaanse dierenarts en onderzoeker, heeft ook een
aantal wetenschappelijke verhandelingen geschreven om de
samenhang tussen gemodificeerd levend virusvaccin en een toename
van immuunsysteem- en bloedgerelateerde ziekten als kanker,
leukemie, storingen in het immuunsysteem, bloedarmoede,
schildklieraandoeningen en de ziekte van Addison te illustreren.
Twee factoren lijken bepalend te zijn voor het feit dat
drastische veranderingen van het vaccinatiebeleid voor
gezelschapsdieren nog steeds niet zijn doorgevoerd.
De eerste factor is dat dierenartsen hebben geleerd dat
jaarlijkse vaccinatie noodzakelijk is, en connecties tussen
wetenschappelijke opleidingsinstituten en de veterinaire
farmaceutische industrie, zowel als het verlies van inkomsten
uit de praktijk, vertragen het tempo van de veranderingen. De
tweede factor is angst: wij hondenliefhebbers zijn gewend om
blind te varen op het advies van onze dierenarts - die met
zekerheid meer kennis van zaken heeft dan wij - en we zijn bang
om onze dieren aan besmettelijke ziekten bloot te stellen.
Zelf kwam ik op een bijzonder ingrijpende wijze tot inkeer.
Nadat ik het verdriet van het overlijden van Oliver, Prudence en
Samsom had doorgemaakt, probeerde ik mijn honden te beschermen
zonder hen bloot te stellen aan de gevaren van vaccinatie. Het
gevolg is dat ik twee zes jaar oude ongevaccineerde Golden
Retrievers heb die, in tegenstelling tot Ollie, Pru en Sam,
nooit bij de dierenarts hoeven te komen. Hun immuunsysteem wordt
bijgestaan door nosodes
- het homeopatische alternatief voor vaccins - en rauw,
biologisch verantwoord voedsel. Ik heb geen aanleiding om spijt
te hebben van mijn besluit om de vaccinatienaald links te laten
liggen en ben verheugd over hun voortdurende goede gezondheid.
Duizenden mensen vanuit de hele wereld die mijn boek hebben
gelezen bevestigen dit verhaal met trots. Het boek is momenteel
uitverkocht, dus dit is geen verkooppraatje! Ik wil u en uw
honden echter de pijn besparen die ik en mijn honden hebben
moeten doorstaan.
Bron: Blad Bond voor de
Diensthonden december 2007
|